Bevrijding van Roden 13 april 1945

 

Meester Troelstra

Gebeurtenissen op vrijdag 13 april 1945 in Roden

Van verschillende kanten komen berichten over naderende gevechtshandelingen. De Canadezen hebben Assen bereikt. De Duitsers en hun aanhangers nestelen zich in de stad Groningen en nemen zich voor daar stand te houden. Het is onrustig in Roden. De vorige dag zijn een groot aantal Duitsers, landwachters en NSB-ers uit Zuid-Drenthe door het dorp getrokken richting Groningen. De burgerij begint al gauw de landwacht hier en daar na te roepen en NSB-gezinnen voelen zich bedreigd. Er ontstaan spanningen die elk moment tot uitbarsting kunnen komen. De hoofden van de lagere scholen in Roden bespreken de toestand en stappen samen naar de burgemeester. Het hoofd van de Bijzondere School in de Kanaalstraat, meester Troelstra, weet dat de landwachters in de gemeente de laatste dagen en nachten herhaaldelijk hebben vergaderd. In die kringen heerst grote zorg over de veiligheid van hun vrouwen en kinderen. Het staat vrijwel vast dat dat een aantal vooraanstaande inwoners vermoord zal worden voor men Roden zal verlaten. Troelstra is van oordeel dat tijdig ingrijpen waarschijnlijk veel leed kan voorkomen. Op vrijdagmorgen 13 april om half tien gaat hij naar het gemeentehuis en vraagt om een onderhoud met burgermeester Spijkerman. Als deze hoort waar het over gaat roept hij ook gemeentesecretaris Kemkers erbij. Troelstra wijst er op dat er grote veranderingen plaatsvinden en voorspelt dat deze vrijdag voor Roden de dag der bevrijding gaat worden. Hij raadt de burgemeester en secretaris aan om zich vrijwillig terug te trekken. Alleen dan is er nog kans dat een bloedbad wordt voorkomen. Deze zijn van mening dat het zover nog niet is. Ze hebben de radioberichten beluisterd en geloven nog steeds in de eindoverwinning van de Duitsers. Als de burgemeester en secretaris echter merken dat Troelstra op de hoogte is van de plannen in NSB en landwachtkringen, zeggen ze zich naar zijn aanwijzingen te zullen gedragen. Ze zijn bereid een vergadering met de landwacht op het gemeentehuis te beleggen om gezamenlijk aan te horen wat Troelstra te zeggen heeft. Nog dezelfde ochtend vindt deze vergadering plaats. Aanwezig zijn de burgemeester, de gemeentesecretaris, boerenleider Hagenauw en groepsleider NSB Van der Veen. Troelstra neemt gelijk het initiatief en stelt het volgende voor:

  1. De burgemeester en gemeentesecretaris Kemkers trekken zich terug. De burgemeester zal nog een proclamatie richten tot de bevolking en aandringen op orde en rust. Zij zullen zich melden voor internering.
  2. De landwacht zal de wapens inleveren en zich aan ieder vergrijp jegens de burgerij onthouden. Ook zij zullen zich vrijwillig melden voor internering.

Neemt men dit aan dan zal Troelstra proberen:

  1. Een commissie uit de burgerij samen te stellen die zal trachten de bevolking van wraakneming te weerhouden.
  2. Deze commissie zal hedenmiddag om 13:00 uur vergaderen. Als de landwacht dan ook vergadert kan na afloop van beide vergaderingen een gecombineerde vergadering worden gehouden om definitieve afspraken te maken.

Het voorgestelde wordt na enige discussie aangenomen. Troelstra moet beloven niet uitsluitend gereformeerden in de commissie op te nemen. Om twaalf uur eindigt de bijeenkomst waarna Troelstra met Willem Scheepstra de samenstelling van de commissie bespreekt. Er worden 15 namen genoemd die door de beide heren persoonlijk worden benaderd en uitgenodigd voor bijeenkomst die om 13:00 uur begint. Troelstra zet uiteen wat die morgen is besproken met de burgemeester en gemeentesecretaris. Op zijn verzoek verklaren alle vijftien aanwezige leden zich bereid het voorbereide plan uit te voeren. De oud-wethouder Deodatus meldt dat er voorschriften zijn die aangeven dat hij de leiding nu behoort over te nemen. Dit ondervindt aanvankelijk enige weerstand bij de aanwezigen, die Troelstra hiervoor geschikter achten en graag zien dat hij voorzitter blijft. Troelstra zelf heeft niet het minste bezwaar zijn plaats af te staan. Besloten wordt dat Troelstra en Deodatus zullen vergaderen met vertegenwoordigers van de landwacht en burgemeester. Rond 16:00 uur komen de vertegenwoordigers van beide partijen bijeen in de secretariskamer van het gemeentehuis. Boerenleider Hagenauw deelt mee dat hij zich kan verenigen met wat door Troelstra is voorgesteld. Enkele landwachters willen zich met hun wapens terugtrekken in de bossen om wraak te nemen als blijkt dat de bevolking zich vergrijpt aan de vrouwen en kinderen. Troelstra vraagt om wapens voor de politie om orde en rust te handhaven. Dit wordt door Hagenauw afgewezen. Dan geeft Troelstra hem in overweging om wapens achter te laten in het landwachthuis in de Kanaalstraat. Dit wordt toegezegd. Voor burgemeester Spijkerman is nu het ogenblik aangebroken voor zijn laatste officiële handeling. Hij wenst zijn ambt over te dragen aan Troelstra. Deze laat weten dat Spijkerman niets heeft over te dragen. De commissie zal zich bezig houden met de regeling van de komende vraagstukken. De gemeentesecretaris leest de inmiddels opgestelde proclamatie voor, waarin alle gegevens en voorwaarden waarop men capituleerde, genoemd worden. Troelstra ontraadt dit ten zeerste. Spijkerman voelt er ook niet voor en kan zich geheel verenigen met de korte redactie, die Troelstra aan de hand doet. Dan ontstaat er buiten lawaai. De secretaris springt op en roept door het geopende raam “Wat is er te doen”. “Tanks”, wordt er geroepen. Iedereen springt op. Alle Duitsgezinde aanwezigen vluchten het gemeentehuis uit, door een panische schrik bevangen. Spijkerman keert nog even terug en drukt Troelstra zijn proclamatie in de hand met het verzoek deze te laten drukken. Ondertussen bereikt een verkenningseenheid van de Canadezen vanuit Nieuw-Roden de Brink. Na een korte stop vertrekt deze eenheid weer via de Norgerweg richting Roderesch. Troelstra en Deodatus gaan naar de drukker. Ze stellen gezamenlijk een tweede proclamatie op die wordt ondertekend door de vanaf nu waarnemende burgemeester Deodatus. De landwacht, evenals veel NSB-ers zijn inmiddels gevlucht. Het landwachthuis is verlaten. Er zijn zoals afgesproken wapens achtergelaten. Jan Geersing wordt aangesteld om het huis te bewaken. ’s Avonds om 19:00 uur komt de commissie weer bijeen. Iedereen is tevreden over de bereikte resultaten. Er is rust in de gemeente. Op voorstel van Troelstra wordt besloten dat zij die in het bezit zijn van wapens deze de volgende dag voor twaalf uur moeten inleveren op het gemeentehuis. Vervolgens gaat de commissie over tot het opstellen van een lijst met personen uit de gemeente die moeten worden aangehouden. Agent Meeuwsen krijgt de leiding over het politiewerk onder toezicht van de commissie. Hiermee eindigt het verslag over deze vrijdag de dertiende april 1945. Voor de bevolking was het aan het einde van die dag nog even de vraag of ze nu werkelijk waren bevrijd en of de vlag veilig uit kon.