Een verschrikkelijke gebeurtenis

 

 

Het pand van Ananias aan de Brink waarin tevens het postkantoor was gevestigd rond 1914. Aan de rechterkant het gedeelte dat werd verhuurd aan de familie Hellinga en waar het drama zich heeft afgespeeld.

Een verschrikkelijke gebeurtenis

Op 14 oktober 1890 werd het dorp Roden opgeschrikt door het bericht dat op negentienjarige leeftijd was overleden Grietje Johanna Hellinga, die met haar moeder Grietje W.G. en haar broer Popke sinds februari van dat jaar woonde in twee kamers van Willem Ananias en Trijntje Piet aan de Brink. Het bericht schokte de Roder bevolking temeer, daar bekend werd, dat haar overlijden het gevolg was van een vergiftiging, gepleegd door haar moeder. Er volgde een gerechtelijk onderzoek, waaruit de schuld van moeder G. duidelijk bleek.

Grietje had uit de nalatenschap van haar vader Klaas Hellinga een voor die tijd aanzienlijk bedrag van f 22.400,- geërfd In het begin van genoemd jaar was bij notaris Van Lier een testament opgemaakt, waarbij moeder als enige en algemeen erfgename werd genoemd.

Grietje Hellinga verloofde zich in juni 1890 met Nicolaas Steenberg uit Delfzijl. Ze had haar moeder, die bekend stond nogal veel geld uit te geven, verteld van haar plan na het huwelijk in november bij de Steenbergs te gaan wonen. Door dit huwelijk zag moeder het vermogen van haar dochter aan haar neus voorbij gaan. Nadat een poging, een som van f 4000, – als vergoeding voor haar “zorgen” te bemachtigen, mislukte, werd het snode plan gesmeed, de dochter te vermoorden.

In de maand september kreeg de bode Jan van der Spoel, die een beurtdienst op Groningen had, de opdracht bij apotheker Gosselaar te Groningen voor f 0,10 rattenkruid te kopen. Als reden werd opgegeven, dat dit moest dienen de mieren in de woning te bestrijden. Uit getuigenverklaringen van Willem Ananias en zijn vrouw Trijntje kwam evenwel naar voren, dat zich geen mieren in de woning bevonden. Op 27 september werd door Jan van der Spoel 25 gram rattenkruid bij het huisadres aan de Brink te Roden afgeleverd.

Toen Grietje Johanna van een logeerpartij bij haar verloofde Nicolaas terugkeerde, voerde de moeder systematisch haar boze plan uit. Het rattenkruid werd toegediend in een glas water en later in een kopje thee, waar Grietje erg ziek van werd en moest overgeven. Dokter Koppius kon aanvankelijk geen goede diagnose stellen en gaf moeder opdracht de maaginhoud te bewaren, waaraan zij echter geen gevolg gaf, maar zij gooide die telkens op een andere plaats weg. Grietjes lijdensweg, begonnen op 9 oktober, kreeg in de nacht van 13 op 14 oktober een einde, toen zij na het eten van vergiftigde karnemelkse pap, overleed. De moeder, die zich voordien tegenover de buren Petrus Busscher en zijn vrouw Jantje Brink reeds ongunstig had uitgelaten over de verloving van haar dochter, was daarna volgens de verklaring van dezelfde buren zeer kalm geweest.

Wegens verdachte omstandigheden werd het lichaam van Grietje door de Rijksveldwachter J.Brink en dokter W.J.Koppius naar het schoolgebouw gebracht voor een gerechtelijke schouwing. Door de rechter-commissaris werd besloten tot het verrichten van een sectie, waaruit bleek dat Grietje aan vergiftiging was overleden. Nadat het stoffelijk overschot door justitie was vrijgegeven, werd Grietje op 18 oktober 1890 op het kerkhof te Roden ter aarde besteld. De Arrondissementsrechtbank te Assen behandelde op 12 januari 1891 deze strafzaak, die tot gevolg had, dat de moeder van Grietje Johanna Hellinga tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld.”

 

Uit het archief van de Historische Vereniging ‘Roon’